Auteur: Maarten Pauwels

Er wordt tegenwoordig al wel eens met de vinger gewezen naar de jeugd. “Ze hebben geen respect meer en zijn alleen nog maar met hun smartphone bezig!” Ergens schuilt er wel een zekere waarheid in. Ik behoor zelf namelijk nog tot ‘de jeugd’ met mijn achttien levensjaren en ook ik moet toegeven dat ik verschillende keren per dag even op mijn iPhone zit te droedelen.  Maar of dat echt mijn enige interesse is? Neen, helemaal niet!


Maarten Pauwels

Over Maarten P.

Ik zal mezelf even voorstellen. Ik ben Maarten Pauwels, achttien jaar oud en woon in Langdorp, Vlaams-Brabant, België. Ik studeer op dit moment nog, ik zit in mijn eerste jaar hoger onderwijs en studeer  bedrijfsmanagement aan de UC Leuven-Limburg.

In mijn vrije tijd houd ik mij vooral bezig met fotografie, zowel het nemen van, als het bewerken van foto’s. Daarnaast lees ik vrij veel en probeer ik ook af en toe zelf wat te schrijven (als de tijd en de inspiratie het tenminste toelaten).

De aandachtige lezers onder jullie zullen waarschijnlijk al wel gemerkt hebben dat er nog een belangrijke interesse ontbreekt, eigenlijk hetgeen waar het hier allemaal om draait, namelijk mijn voorliefde voor klassieke brommers en motoren met Puch in het bijzonder.



De Liefde voor Puch

Maar hoe is die liefde voor Puch nu juist gegroeid? Wel, ik zal het niet snel vergeten. Het was 1 april 2016 (neen, het is geen grap), voor het eerst in lange tijd scheen de zon nog eens helder aan de hemel en was het praktisch windstil.

Met een temperatuur van om en beide 20 graden was het ideaal weer voor alle brommer- en motorliefhebbers om hun favoriete tweewieler uit zijn winterslaap te halen. Ergens in de namiddag, laat ons zeggen rond een uur of twee, scheurde bij ons een drietal oude brommertjes het terrein op. De eerste brommer in lijn was een prachtige felblauwe Yamaha fs1 SS50 uit 1971 die toebehoorde aan een van mijn beste vrienden. De twee andere brommers waren twee camino’s die voor de gelegenheid ook waren opgestart. Daar stonden we dan met zen vieren, te keuvelen bij de oude maar toch ooh zo betrouwbare machientjes.



Al snel begon er bij mij iets te kriebelen en nog sneller had ik voor mezelf beslist dat ik ook zoiets wou. En neen, ik wilde helemaal geen nieuwe scooter uit de winkel. Neen, ik wilde een brommer met karakter dat al heel wat had meegemaakt. Een brommer waar je kan gaan opzitten en direct zijn geschiedenis kan voelen, zoiets stond op mijn verlanglijstje.

Ik was al verliefd op het idee dat ik ook met zoiets zou kunnen rondrijden maar ik werd pas echt stapelgek wanneer mijn vriend met de Yamaha de sleutel een halve draai gaf en hem met één kickstart liet draaien. Het geluid dat ik toen hoorde, dat wilde ik wel vaker horen, veel vaker zelfs. De geur van verbrande benzine vulde de omgeving en het traag pruttelende, knetterende en tegelijkertijd scherpe geluid van de tweetaktmotor die traag op toeren kwam… Ja ik had het voor mezelf beslist: ik zou ook zo’n brommer kopen, en liefst zo snel mogelijk.

Mijn vrienden maakten aanstalten om te vertrekken maar net voordat ze de straat uitreden vroeg ik of ze toevallig ergens een brommer te koop wisten staan. Toevallig was er die dag net een prachtig gerestaureerde Puch Monza op internet verschenen die volledig mijn smaak was. Om een lang verhaal kort te maken: op 1 april begon ik als een gek tegen mijn ouders te zeuren over die bewuste Puch en enkele dagen later, op 5 april, stond er een zwarte gelakte schoonheid met gouden letters op mijn terras te pronken. And that is the moment the story began.



De Zwarte Puch Monza N50S

Nu wat meer over de schoonheid zelf: ik heb haar gekocht van een man die  bij de verkeerspolitie op de motor heeft gewerkt (een zogenaamd ‘zwaantje’).

Zijn hobby was het restaureren van oude brommers die eigenlijk niet eens meer een brommer genoemd konden worden. Bij de meeste projecten waar hij aan werkte begon hij vaak slechts met enkele stukken en slaagde hij er steeds toch weer in om van een hoopje losse onderdelen een prachtig stukje geschiedenis in elkaar te knutselen en dit weer nieuw leven in te blazen.

Zo was het bij mijn Puch niet anders: voor de restauratie was ze rijp voor de schroothoop, maar daarna… gewoonweg oogverblindend. De man had zijn uiterste best gedaan om haar zoveel mogelijk naar haar originele voorbeeld te restaureren en volgens mij is hij daar zeer goed in geslaagd.


Enkele foto’s van voor de restauratie:


Als de zon hevig schijnt ketsen de stralen af op de gloednieuwe blinkende zwarte lak. De laag oude roest is van de wielen verwijderd en deze werden opnieuw gechromeerd. Het mooiste vind ik persoonlijk dat de originele sterwielen zijn vervangen door gechromeerde spaakwielen, wat de brommer een veel sportievere en verfijnde uitstraling geeft.

Ook werden er verder nog nieuwe stickers aangebracht waar nodig, voetsteunen werden vernieuwd en hier en daar werd er nog een nieuwe kabel aangebracht waar er een ontbrak of werd deze vernieuwd. Ik heb hem eigenlijk in topconditie kunnen kopen, waar ik de verkoper nog steeds zeer dankbaar voor ben.



Natuurlijk moet je eens dat je een oude brommer koopt er zelf nog een beetje aan sleutelen om haar volledig aan te passen naar je eigen voorkeuren.

Zo was er nog wel wat werk aan de elektrische bedrading, wat achteraf gezien een lastig werkje bleek te zijn. Ook moesten we nog een nieuwe luchtfilter aanbrengen en hebben we nog niet zo lang gelden ook de carburator moeten vervangen omdat deze op mysterieuze wijze het liet afweten. Verder is hij (momenteel) perfect in orde.

Zoals ik al eerder heb gezegd had ik de oldtimer-microbe goed te pakken en begon ik steeds meer te verlangen naar een tweede brommer voor bij in de collectie, na lange tijd zoeken vond ik iets wat me wel wat leek: een gerestaureerde donkerblauwe Kreidler RS50.

Nu ja eigenlijk is het geen zuivere RS, het is eerder een samenraapsel allerlei: de blok is van eind jaren 60, het kader is van ’79, de koplamp is dan weer van enkele jaren vroeger en de voetsteunen verschillen ook van jaartal. Deze was gerestaureerd maar niet echt naar originele normen maar voor mij was dat geen groot probleem. Zolang ze er goed uitziet en vlot rijdt ben ik al lang tevreden.

Het grote voordeel dat ik heb is dat er in mijn omgeving heel veel mensen van de jonge generatie zijn die een voorliefde hebben voor oude brommers en motoren, een korte opsomming: er is die vriend met de Yamaha fs1 SS50, dit is niet zijn enige bezitting, hij heeft ook nog een kreidler, een drietal Zundapps, een MV Agusta etc. Een andere goede vriend heeft een Flandria indiana 50cc. Een volgende bezit een Kreidler RM en een Benelli. Dan zijn er nog twee dames, waarvan de eerste ook een MV Agusta bezit en de andere een Puch mv50. Dan heb ik het nog niet eens gehad over de vele Honda camino’s die in mijn vriendengroep de ronde doen… om maar te zeggen, er is nog steeds veel interesse bij de jeugd voor de oude tweewielers.

Het mooiste aan het hele Puch-verhaal heb ik eigenlijk nog niet gezegd en dat is namelijk dat het mensen samenbrengt. Hiermee bedoel ik zelfs dat generatiekloven zomaar lijken te verdwijnen. Eens de eerste goede dagen van het jaar aanbreken wordt er al snel een berichtje gestuurd naar de vrienden en rijden we allen samen uit om een mooie rit te maken op onze brommers/motoren. Als we dan na een lange tijd rijden even willen uitrusten op een terrasje gaat er geen enkele keer voorbij dat we niet worden aangesproken op onze voertuigjes.

Het zijn dan eerder mensen van de oudere generatie die ons komen vertellen dat ze vroeger toen ze nog jong waren een gelijkaardige brommer gehad hadden en spontaan delen ze dan hun beste avonturen met ons. Zo ontstaat er steeds weer een interessant gesprek en leren we ook weer wat bij over hun ervaringen, hoe zij alles organiseerden als ze met een groep de weg opgingen. Kortom hoe zij het vroeger aanpakten en hoe wij het nu aanpakken.

Zo blijkt nog maar eens dat iets simpels al een oude brommer een hele impact kan hebben. Het is vaak de directe aanleiding en tevens het smeermiddel van een fijn gesprek, een nieuwe vriendschap of simpelweg een bron van veel plezier.